Museumsfriedhof / Bauernhof Museum Kramsach

Met de E-bike naar Kramsach en museumbezoek. 

De gehuurde E-bikes staan klaar. We rijden vandaag voor een groot deel dezelfde route als gisteren. Via de Zillertalradweg en Innradweg fietsen we naar Kramsach. 

Hier gaan we het Museumsfriedhof en het Bauernhofmuseum bezoeken. De eerste is gratis toegankelijk voor de tweede moet er toegang betaald worden. 

We rijden opnieuw langs Schloss Lichtenwerth gebouwd tussen 1212 en 1249.

In het dorp Kramsach heeft de Kramsacher smid Hans Guggenberger een unieke collectie grafinscripties en spreuken verzameld. Op deze ‘vrolijke begraafplaats zonder doden’. die bewijzen hoe tranen en humor in de volksmond samen gaan kan je op je gemak de spreuken bekijken. 

Kennis van de Duitse taal is een must om de spreuken te begrijpen. 

Het fotograferen is op het terrein van het museum verboden. Net voor ons is een buslading bejaarden uitgestapt. Deze trekken zich van het fotografeer verbod niets aan. 

Langs de werkplaats van de smid bereiken we de "begraafplaats". De grafstenen, kruizen en zerken met grappige en opmerkelijke spreuken komen niet alleen uit Tirol maar ook uit de rest van Oostenrijk, het Duitstalige gedeelte van Italië en het zuiden van Duitsland. 

De smid heeft de grafinscripties verzameld.

Het huis is voorzien van een prachtige muurschildering. De muurschildering is van 1950 maar is vast en zeker in die 71 jaar al een aantal keren gerestaureerd. 

Aan de hoek van de woning hangt het familiewapen.

Na het bezichtigen van het museum, waarbij we moeten lachen om de spreuken gaan we verder.

Een aantal van de spreuken zijn zeker de moeite waard om hier te vermelden:

"Hier rust in god Adam Lentsch, 26 jaar leefde hij als mens en 37 jaar als echtgenoot".

"Hier ligt de eerzame jonkvrouw Nothburn Nindl gestorven in haar 17e levensjaar net toen ze nuttig werd" 

We gaan verder naar het Bauernhofmuseum. Dit ligt ook in Kramsach. Echter wie denkt dat je er zo bent komt bedrogen uit. Het Bauernhofmuseum ligt voorbij de Reintalersee op 6,3 kilometer afstand van het centrum. Er moeten 108 hoogtemeters afgelegd worden.  

Aan de rand van het dorp staat een kapel, helaas is deze afgesloten. 

De kapel is sober ingericht. Door een glasplaat kunnen we het interieur fotograferen. Vanaf hier gaat het steil omhoog. De fiets in de kleine versnelling en de ondersteuning op turbo komen we zonder afstappen boven. 

We bereiken de volgende kapel, kapel Neudegg. Dit is tevens ons hoogste punt van vandaag. Hier hebben wij een mooi zicht over het Inntal. 

We dalen weer een stuk af en komen langs de campings Seeblick Toni en Seehof aan de Reintalersee. Na de afdaling moeten we toch weer klimmen, het museum ligt op een heuvel. In het openluchtmuseum staan 37 gebouwen. Deze tonen het (boeren)leven in het pré-industriële tijdperk. De gebouwen zijn afgebroken en zorgvuldig gerestaureerd weer opgebouwd in het museum. 

Het Tiroler Bauernhöfe Museum wil zijn bezoekers laten zien hoe de plattelandsbevolking vroeger leefde en werkte. In zeven huizen vertellen op de muur geprojecteerde figuren hun leven. De rondwandeling in het museumlandschap is 3,2 kilometer. De gemiddelde verblijfsduur in het museum is ongeveer 2 uur. Als je alle filmpjes wil zien dan kun je er gerust een uurtje bij optellen. 

In de hal staat een maquette met de boerderijen die we gaan zien. We gaan van start met de wandeling door het museumlandschap, de eerste boerderij die we tegenkomen stamt uit 1627 en stond oorspronkelijk in Vals. 

Voor ons geen onbekend gebied, het dorp Vals ligt in het Valsertal een zijdal van het Wipptal waar onze Oostenrijkse vrienden wonen. Hier hebben we ook al meerdere keren gewandeld. Het Valsertal is één van de minder bekende dalen in het Wipptal, maar is een bezoek zeker waard. 

De Portnerhof is een typisch voorbeeld van de Wipptaler boerderijen. In de keuken op de bank waar het in de winter warmer was als op de bovengelegen slaapkamers sliepen in de winter voornamelijk de kinderen. 

Bij de boerderij ook een ouderwets buiten toilet, oftewel een "plumsklo", wat zal het daar in de winter koud geweest zijn. 

Op het terrein mag de opslagschuur niet ontbreken. Deze typische bouw ziet men nog steeds in het landschap wanneer je in Tirol aan het wandelen bent. Het wordt nog steeds gebruikt voor opslag van gereedschap en hooi. 

Het Hacklerhof uit 1675 stond oorspronkelijk in het Alpbachtal. Het is de meest voorkomende boerderij-vorm in het Tiroler Unterland.

Bij het Hacklerhof staat een buiten oven. Deze oven werd één keer per maand benut om brood te bakken. Voor ons niet voor te stellen dat het brood een maand goed bleef. 

Het Hörlhof welke rond 1577 gebouwd werd komt van de Walchsee regio Kufstein Het stenen gedeelte is volledig beschilderd. In de beschilderingen zijn religieuze vormen te vinden. Dit om de boze geesten te verdrijven. 

Het museumterrein is glooiend waardoor je ieder moment een andere blik hebt. Het is toegankelijk voor kinderwagens. Met een rolstoel wordt het lastig, niet alleen omdat het terrein glooiend is maar ook om de boerderijen te betreden moet er over drempels en trapjes worden gegaan. 

Men had in het pre-industriële tijdperk al een dorsmachine. Het apparaat werd aangedreven door een paard, os of koe. Het arme beest stond rechtsonder in het gebouw en moest rondjes draaien zodat de dorsmachine in werking trad en het graan gedorst werd. 

De brandweer is ook vertegenwoordigd in het museum. In de schuur staan de gereedschappen uit vervlogen tijden. 

De brandweerschuur stond oorspronkelijk in Vomp.

Tegenwoordig zie je deze "Heuharpfe" bijna niet meer in het landschap. Het werd gebruikt voor het drogen van hooi, granen en peulvruchten. 

Alter Segerhof uit 1687 stond in Kartitsch in Oost Tirol. Het is een typisch voorbeeld van de boerderijen in Oost Tirol. De boerderij en stallen waren van elkaar gescheiden. 

Het museum heeft in 7 boerderijen een filmprojector opgesteld die de bewoners hun verhaal laat vertellen. Het blijkt dat er veel armoede heerste. Eten aan het eind van de winter was er veelal niet.

Tierstallerhof uit 1557 stond oorspronkelijk in Platten op 1600 meter hoogte. Dit type boerderij werd vooral gebruikt in berglandschap om op steile hellingen te bouwen. 

De Reitererstal komt oorspronkelijk uit Hafling in Süd Tirol in Italië en werd gebouwd in 1570. Het dak is voorzien van roggestro. De stal biedt plaats aan 20 stuks groot vee, 20 schapen, 3 of 4 varkens en 20 kippen. 

Bovenstaande boerderij is een typische bouwstijl uit het Ötztal. Waarbij het woon en werk gedeelte geschakeld gebouwd werden. 

De kapel ontbreekt niet in het museum en komt uit het Ötztal. Via het informatiebord leren wij dat iedere regio zijn eigen stijl van bouwen heeft. De uivormige klokkentoren is een kenmerk van dit dal. 

Zenzlhof komt uit St Leonhard en is volgens het opschrift boven de ingangsdeur gebouwd in 1716.

Het Ahligerhof gebouwd in 1680 in See Paznauntal stond op 1056 meter hoogte. De boerderij werd in de loop van de eeuwen uitgebouwd en gemoderniseerd. 

Van 1925 t/m 1953 was het postkantoor in de boerderij gevestigd. De ruimte werd verwarmd door een verbinding met de keuken. 

De school in het museum geeft een indruk hoe het onderwijs geregeld was in vervlogen tijden. Voor de meester of juffrouw was in de school een slaapkamer en kleine keuken zodat deze daar kon wonen. 

Via een houten brug bereiken we de andere kant van het museumlandschap. 

Wechner-Burgas hof gebouwd in 1690 stond midden in het dorp Gramais een zijdal van het Lechtal. Het werd in de loop der eeuwen regelmatig verbouwd. 

Trujer-Gregörlerhof gebouwd in 1550 uit Fliess werd meerdere malen uitgebouwd. De naam Truje komt van Viehtriebweg (vrij vertaald: weg waar vee over heen gedreven wordt). Vanaf Innsbruck richting het westen bevind zich een afwijkende bebouwing-structuur. Dit wordt veroorzaakt door het erfrecht waarbij volgens de wet iedere nakomeling van de boer recht heeft op een stuk grond en een deel van de boerderij. Daardoor woonden in deze boerderij drie families die ieder een eigen keuken, slaapkamer en stal hadden. Je snapt dat dit in veel families ruzies tot gevolg had. 

Het Falkner-Schnaitter hof is een vertegenwoordiger van de omgeving Telfs - Pfaffenhofen en werd gebouwd in 1620. 

Om de vensters bevinden zich vanaf de bouw muurschilderingen. In 1736 werd er bij de ingang een poortwachter geschilderd. Naast de representatieve waarde geloofde men in een beschermende factor. De poortwachter bij deze boerderij is een afbeelding van een soldaat van het Habsburgse leger. 

In de dakspanten is een draak te zien. Men geloofde dat ook deze bescherming bood tegen boze geesten. 

De laatste boerderij tijdens onze rondgang is het Dunningerhof uit Thaur gebouwd in 1654. Links een grote ingang waar de hooiwagen naar binnen gereden kon worden. Door het relatief milde klimaat in deze streek bouwde men een uitbouw aan de boerderij om de gewassen te drogen. 

Wij vonden het museum een bezoek waard. Ook degene die de Duitse taal niet machtig zijn kunnen de informatie tot zich nemen. De informatieborden zijn naast het Duits ook in de Engelse en Franse taal. Daarnaast kan je een audio-guide-app op je mobiele telefoon downloaden met informatie in de genoemde talen.

De terugweg gaan wij langs de Reintalersee, bij de Fischerstube maken we een stop om iets te drinken. 

We dalen verder af en bereiken de Inntalradweg. 

Via dezelfde route als de heenweg fietsen we terug naar de camping in het Zillertal. 

We eten 's avonds, zoals wel vaker deze vakantie, in het campingrestaurant. Tirolergröstl staat op het menu een streekgerecht met de ingrediënten gebakken aardappelen, ui, spekjes en bovenop een spiegelei. In plaats van de gebruikelijke koolsalade kiezen wij voor een gemengde salade.